Op 15 maart 2020 werd door de ministers Arie Slob en Bruno Bruins aangekondigd dat i.v.m. het coronavirus alle scholen gesloten moesten worden. Wat volgde was een periode waarin basisscholen, het voortgezet onderwijs en hogescholen en universiteiten opzoek gingen naar manieren om hun lessen doorgang te laten vinden. Lessen werden online gegeven en na verloop van tijd werd er kleinschalig geëxperimenteerd om kleine groepjes leerlingen en studenten toch toe te laten tot de schoolgebouwen.

Er ontstond een behoefte om fysiek contact met elkaar te hebben. Niet alles bleek online te kunnen. En hoewel dit vaak om kleine groepen leerlingen en studenten ging, bleek al snel dat dit organisatorisch een flinke opgave was. Iedereen die een schoolgebouw binnen kwam moest zijn of haar handen ontsmetten, op sommige locaties was een registratie of reservering verplicht en looproutes werden ingesteld. Hierdoor was er op kleine schaal “contactonderwijs” mogelijk. De onderwijssector maakte hierdoor kennis met het vakgebied crowd management.

De voorbije maanden hebben de adviseurs van CrowdProfessionals en het Event Safety Institute verschillende scholen in het voortgezet-, hoger-, en universitair onderwijs mogen adviseren in de routering en de te nemen maatregelen. Enerzijds om snel op kleine schaal, contactonderwijs plaats te laten vinden, anderzijds om na de zomervakantie, met een zo groot mogelijke capaciteit toch weer (kwalitatief) onderwijs te kunnen geven.

De onderwijsomgeving is dynamisch. Verschillende doelgroepen maken deel uit van deze omgeving en bij elke doelgroep horen weer specifieke regels en maatregelen met betrekking tot de bescherming voor- en bestrijding van het Covid-19 virus.

Voortgezet onderwijs

Leerlingen in het voortgezet onderwijs hoeven onderling geen afstand tot elkaar te houden.  Zij moeten echter wel afstand houden tot leraren en ander personeel. Hoewel dit in klaslokalen vaak geregeld is door een afgebakend gebied, een spatscherm op het bureau, en/of leerlingen die verder van het schoolbord afzitten, blijkt dit in de praktijk in de gangen en kantines soms best lastig te zijn. Voor leerlingen is er dus geen juridische noodzaak om bewust bezig te zijn met een 1,5 meter afstandsnorm en daarmee hun gedragingen aan te passen. Van personeel wordt echter wél heel nadrukkelijk een actieve houding verwacht om de afstandsnorm na te leven.

Maar ook hier zien we dat men worstelt met de gevraagde gedragsverandering; leerlingen die elkaar blijven omhelzen, de conciërge die tijdens de pauze goedkeurend een hand op de schouder van de leerling legt, de docent die tijdens een leswissel in de stroom leerlingen meeloopt naar een ander lokaal, de student die zich niet aan de looproute houdt omdat dat misschien net iets sneller is of, in strijd met de afspraken, wel de lift gebruikt (met meer dan toegestaan) terwijl traplopen de afspraak is. Allemaal gedragingen die bewust en onbewust gebeuren maar die we in het “nieuwe normaal” liever niet zien en in sommige gevallen zelfs formeel “verboden” zijn.

Ondanks dat een leerling in een leeftijdscategorie valt waarbij besmetting met Covid-19 vaak slechts resulteert in lichte ziekteverschijnselen, is hij/zij wel besmettelijk voor andere personen, zoals een andere leerling of personeel op school, maar ook voor personen in de privéomgeving van de leerling. Ouders, maar ook “kwetsbare” personen, zoals de grootouders van de leerling, zouden door hem/haar besmet kunnen worden. Dus los van het feit dat de onderwijsinstelling haar personeel voldoende moet beschermen en hier dus de noodzakelijke maatregelen voor moet treffen, ligt er een verantwoordelijkheid bij de school om medewerkers te instrueren en hun leerlingen te informeren over de mogelijke verspreiding die ze kunnen veroorzaken, binnen en buiten de school. Door dit met de leerlingen te bespreken in, bijvoorbeeld in een mentoruur of een les maatschappijleer, kun je de leerlingen actief mee laten denken over deze risico’s en de reden waarom er op school toch rekening moet worden gehouden met het COVID-19 virus. Je kunt zelfs zover gaan dat je de leerlingen laat meedenken over de maatregelen die hiervoor op school nog getroffen dienen te worden.  Hierdoor draagt de school bij aan het risicobewustzijn van de leerling, maar geeft zij ook een signaal af naar de privéomgeving van de leerling dat er binnen de school alles aan wordt gedaan om de verspreiding van het virus te voorkomen. Daarnaast vergroot je bij de leerlingen het draagvlak voor mogelijk door te voeren maatregelen (gespreide pauzes, routering, het zoveel mogelijk beperken van fysiek contact e.d.). Het betrekken van ouders zien wij ook als een belangrijke voorwaarde voor verhoging van commitment.

Middelbare beroepsscholen, hogescholen en universiteiten

In het MBO, HBO en universitair onderwijs ligt de problematiek anders. Het overgrote deel van de studenten die deze onderwijsinstellingen bezoeken zijn de leeftijd van 18 jaar gepasseerd en zijn daarmee dus verplicht om 1,5 meter afstand tot elkaar te houden. Duizenden studenten, honderden docenten, grote gebouwen met vele etages, monumenten met smalle gangen, en (hoor)collegezalen waarbij normaal elke stoel bezet is. Hoewel we dit eigenlijk zouden willen, is het voor het onderwijs op hogescholen en universiteiten praktisch onmogelijk om met de volledige capaciteit te werken.

Bewustwording en spreiding

Er zullen veel maatregelen genomen moeten worden om veilig onderwijs in een gecontroleerde omgeving mogelijk te maken. Eénrichtingsroutes moeten worden ingesteld, capaciteit van liften en trappenhuizen moeten berekend worden alsook de capaciteit van lokalen.  In de meest gunstige gevallen kunnen collegezalen maar voor 30% gevuld worden. Al met al een flinke opgave. En hoewel de verschillen in de praktische zin, tussen het voortgezet onderwijs en het middelbaar-, hoger- en universitair onderwijs misschien groot lijken, één ding hebben ze gemeen. De sleutelwoorden zijn steeds weer: ‘bewustwording‘ en ‘spreiding‘.

Onderwijsinstellingen kunnen met de beste wil van de wereld alle maatregelen treffen, zolang deze niet zorgen voor het juiste gedrag en een spreiding van personen en spreiding over tijd (en ruimte) werken ze vaak onvoldoende en blijft naleven van de 1,5-meter afstandsnorm – of liever gezegd het voorkomen van verspreiding van het COVID-19 virus – een lastige, bijna onmogelijke opgave.

Veilig onderwijs

Doorgevoerde maatregelen zijn immers veel minder effectief wanneer iemand niet bewust is van de risico’s die zijn of haar gedrag met zich meebrengt. Dus om voor iedereen een veilige onderwijs- en werkomgeving te creëren zullen we bij het gebruik van de onderwijsgebouwen moeten blijven ‘voordenken’ over reductie van de risico’s van verspreiding, het vergroten van de bewustwording en het nemen van doeltreffende (beheers)maatregelen. Doen we dit niet dan is het wachten op een situatie waarbij een onderwijsinstelling de verspreidingshaard blijkt te zijn. Alleen samen kunnen we Corona verslaan en het virus is nog steeds onder ons!

Meer weten of nog vragen? Ik help u graag verder. Stel uw vraag via mzuidema@crowdprofessionals.nl

 

 

 

 

 

 

Vragen of meer informatie?

Stuur ons een bericht. Wij bellen of mailen u binnen 1 werkdag terug.